| aminozuur |
Kleine onderdelen van
eiwitstructuren; ze zijn vereist voor de samenstelling van eiwitten in
het lichaam. De belangrijkste functie van alle aminozuren ligt in de
levering van het essentiële materiaal voor de verdubbeling van de
genetische code, voor de celdeling en voor de vorming van spieren en
bindweefsel.
Aminozuren worden ingedeeld als essentieel of niet-essentieel.
Niet-essentieel houdt in dat het aminozuur in de lever kan worden
aangemaakt uit andere aminozuren of uit materiaal in het voedsel.
Essentieel betekent dat het aminozuur niet door de mens kan worden
aangemaakt, maar wel door dieren en planten. |
| antioxidant |
Antioxidanten worden
toegevoegd aan diervoeders om oxidatie door zuurstof uit de lucht tegen
te gaan. Hierdoor wordt de houdbaarheid verlengd.
Voorbeelden van antioxidanten in voeding zijn vitamine C en vitamine E en citroenzuur. |
| as |
Mineralen en
sporenelementen tezamen worden asbestanddelen genoemd. In kattenvoeding
moet het asgehalte meestal zo'n 12 à 15% van de droge stof vormen. |
|
ascorbinezuur |
Vitamine C (E300). |
| avidine |
Een stof die zich bindt
met biotine, waardoor biotine niet meer door het lichaam kan worden
opgenomen en tekorten kunnen ontstaan. Avidine wordt gevonden in rauw
kippeneiwit en rauwe eendagskuikens. Door verhitting wordt avidine
onwerkzaam. |
| biotine |
Vitamine B8. Een gebrek
leidt tot huidveranderingen of haaruitval. Door een gezonde kat wordt
biotine in voldoende mate zelf aangemaakt. Rauw kippeneiwit en rauwe
eendagskuikens bevatten een stof die zich met biotine bindt (avidine),
waardoor de opname van biotine wordt verhinderd. |
|
calciumcarbonaat |
Het koolzure zout van
calcium.
Deze stof vermindert botomzetting (botontkalking).
De schaal van eieren van vogels en de schelp van slakken en schelpdieren
bestaat grotendeels uit calciumcarbonaat. Het is ook een versterkend
mineraal in de schalen van krabben, kreeften, andere schaaldieren en
veel insecten. In het huishouden vind je calciumcarbonaat in de vorm van
ketelsteen in fluitketel of waterkoker. |
| choline |
Deel van het vitamine
B-complex. Choline komt voor in
eieren, vis, sojabonen, tarwe, pinda's, orgaanvlees, mager vlees,
groenten en in borstvoeding. |
| cranberry |
Zurige bes. Draagt bij
aan een gezond urinewegsysteem. |
|
cyanocobalamine |
Vitamine B12. |
| dextrose |
Druivensuiker. |
| E300 |
Vitamine C
(ascorbinezuur). |
| foliumzuur |
Vitamine B11. |
| FOS |
Fructo-Oligo-Sachariden
zijn fermenteerbare voedingsvezels. Hoewel ze onverteerbaar zijn, worden
ze snel door de bacteriën in de dikke darm in een gistproces opgenomen,
waardoor eer kleine vetzuren vrijkomen (vluchtige vetzuren genoemd) die:
- de zuurtegraad van de darmen verhogen;
- als voedingsstoffen dienen voor het onderhoud en de vernieuwing van de
darmcellen
- de wand van de dikke darm bedekken.Door hun gisting voeden FOS de
cellen van de dikke darmwand rechtstreeks. Daarnaast bevorderen ze
vooral een specifieke bacteriële flora (Bifidus en Lactobacillen),
waarvan de positieve effecten op het spijsverteringskanaal bekend zijn:
-ze remmen de groei van de "schadelijke bacteriën" (of ziekteverwekkende
bacteriën); -ze bevorderen de vertering en de opname van
voedingsstoffen.
De toevoeging van FOS aan een voedingsmiddel kan helpen voorkomen dat
infectieuze diarree ontstaat, wat veroorzaakt wordt door een snelle
verspreiding van schadelijke bacteriën in de darmen. Het garandeert
eveneens dat de cellen van de dikke darm voldoende gevoed worden en zich
dus geregeld kunnen vernieuwen.
FOS worden aangemaakt door een schimmel (Aspergillus nigricans) die
daarvoor suiker nodig heeft. De suiker, of sacharose, ontstaat door een
verbinding tussen een glucosemolecuul en een fructosemolecuul. De
schimmel scheidt een enzym af dat verbindingen met bijkomende
fructosemoleculen mogelijk maakt, waardoor FOS ontstaan.
[tekst ontleend aan
Royal Canin] |
| fosfor |
Mineraal dat samen met
kalk en magnesium van belang is voor gebit en beenderen. Alle soorten
vlees bevatten in verhouding veel meer fosfor dan kalk, Hiermee dient
rekening te worden gehouden bij het voeren van uitsluitend vers vlees,
om afwijkende verbeningen van het bot te voorkomen. |
| gedehydrateerd |
Waaraan alle vocht is
onttrokken. |
| gehydrolyseerd eiwit |
De eiwitten zijn hierbij
als het ware in kleinere stukjes geknipt, zodat ze niet herkend worden
als stoffen die het immuunsysteem prikkelen tot afweerreacties
(allergenen). |
| gluten |
Eiwit
uit graan. |
| IE |
Internationale Eenheden.
Hoeveelheden in vet oplosbare vitaminen (A, D, K en E) worden gewoonlijk
in deze eenheden gemeten. De exacte definitie van 1 IE verschilt van
stof tot stof en wordt vastgesteld middels internationale afspraak. Zo
is 1 mg vitamine A bijvoorbeeld gelijk aan 3300 I.E. |
| inositol |
Deel van het vitamine
B-complex. Samen met choline is dit een van de aanmaakstoffen voor de
hersenen en helpt om de weerstand tegen stress te verhogen. Verder is
inositol belangrijk voor een gezonde haargroei. Ook is het belangrijk
bij de groei en ontwikkeling van beenmerg- en darmcellen. Ten slotte
stimuleert inositol de lever en de darmwerking. |
|
kaliumchloride |
Een zout dat van nature
in het lichaam voorkomt en een rol speelt bij het reguleren van het
kloppen van het hart. Zowel een te hoge (hyperkalemie) als een te lage
concentratie (hypokalemie) kaliumchloride kan gevaarlijk zijn. Een te
hoge concentratie heeft hartkloppingen tot gevolg, een te lage
concentratie verlaging van de klopsnelheid (bradycardie).
Dit zout smaakt bitterder dan natriumchloride (tafelzout). |
| kalk |
Mineraal dat samen met
magnesium en fosfor van belang is voor gebit en beenderen. Kalk en
fosfor moeten in ongeveer gelijke verhoudingen in kattenvoeder aanwezig
zijn. Alle soorten vlees bevatten in verhouding veel meer fosfor dan
kalk, Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het voeren van
uitsluitend vers vlees, om afwijkende verbeningen van het bot te
voorkomen. |
|
koolhydraten |
Energieleverancier,
bevorderen tevens een goede darmwerking. De meeste koolhydraten komen
voor in plantaardige voedingsstoffen. Om deze voor de kat verteerbaar te
maken, moeten deze eerst worden gekookt (of half verteerd, zoals in de
magen van prooidieren aanwezig). |
| L.I.P. eiwitten |
Eiwitten met een hoge
verteerbaarheid (voor meer dan 90% verteerbaar). |
| lysine |
Lysine is een essentieel
aminozuur; het kan niet door het lichaam gemaakt worden en moet dus in
de voeding aanwezig zijn. Het aminozuur is nodig voor groei,
weefselherstel, de aanmaak van antilichamen, hormonen en enzymen.
Vis, melk, vlees, gist en eieren en eiwitten in het algemeen zijn
belangrijke bronnen van lysine. |
| magnesium |
Mineraal dat samen met kalk en fosfor van belang is voor gebit en
beenderen. |
| methionine |
Eén
van de twintig essentiële aminozuren, een aminozuur dat niet door mens
of kat zelf aan wordt gemaakt.
Aminozuren vormen onderdeel uit van de chemische keten waaruit eiwitten
bestaan.
DL-methionine is de industrieel bereide variant van natuurlijke
methionine. |
| mineralen |
De mineralen in de voeding bestaan zeker uit een twintigtal elementen.
Ze zijn in kleine hoeveelheden onontbeerlijk voor de chemische
activiteiten binnen het lichaam en voor de opbouw van bepaalde weefsels.
De bekendste mineralen zijn: ijzer, kalk, magnesium, fosfor, natrium,
kalium, jodium, zwavel, stikstof. |
| MOS |
Manno-Oligo-Sachariden dragen bij tot een evenwichtige bacteriepopulatie
in de darmen en bevorderen de gezondheid van het spijsverteringskanaal
zowel direct als indirect. Zo voorkomen ze diarreeproblemen en helpen ze
infectieziekten in het spijsverteringsstelsel te voorkomen. De
Manno-Oligo-Sachariden behoren tot de grote categorie van de vezels en
zijn voor het dier onverteerbare koolhydraten. Net zoals de FOS hebben
ze een gunstige invloed op de bestrijding van schadelijke bacteriën in
de darmen, maar hun werking is wel anders. Ze bestaan uit twee suikers:
glucose en mannose.
Deze vezels hebben op twee manieren een gunstige invloed op het
spijsverteringskanaal:- ze remmen de groei van ziekteverwekkende
bacteriën door te verhinderen dat deze zich aan de darmwand kunnen
hechten; - ze bevorderen de werkzaamheid van het immuunsysteem van het
lichaam, waardoor het dier beter in staat is om zich tegen
ziekteverwekkende elementen te verdedigen.
MOS zijn vezels die afkomstig zijn van gistcelwanden.
[tekst ontleend aan
Royal Canin] |
| niacine |
Nicotinezuur, vitamine B3. |
| PABA |
Para-amino-benzoezuur. Deel van het vitamine B-complex. |
|
pantotheenzuur |
Vitamine B5. |
| polyfenolen |
Polyfenolen bestrijden celveroudering, kanker, hart- en vaatziekten en
ontstekingen.
Komt voor in vele planten, van de wortels tot de vruchten. De meest
efficiënte bevinden zich in groene thee, druiven, bepaalde zeewieren en
de olijfboom. |
| proteïne |
Eiwit.
Voor carnivoren (vleeseters) vormen proteïnen een belangrijk deel van
het voedingsdieet. In de spijsvertering van de carnivoor worden eiwitten
afgebroken tot aminozuren, die dan verder gebruikt worden als bouwstof
en brandstof.
Eiwitten zitten onder andere in peulvruchten, vleeswaren, gevogelte,
eieren, vis, zuivelproducten en noten. |
| pyridoxine |
Vitamine B6. |
| riboflavine |
Vitamine B2. |
| rozemarijn |
Rozemarijn bevat meer dan
twaalf antioxidanten waaronder het zeer krachtige carnosolzuur.
Antioxidanten helpen het natuurlijke afweersysteem van het lichaam
ondersteunen. Ze bezitten vermogen om onstabiele vrije radicalen en
zuurstofmoleculen te bestrijden; Rozemarijn bevat ijzer, magnesium,
fosfor, kalium, natrium en zink. |
| ruwe
celstof |
Plantaardige
celwandbestanddelen (dit zijn tevens koolhydraten). Voor katten volledig
onverteerbaar, maar bevordert wel een goede darmwerking. |
| tapioca |
Cassavewortel.
 |
| taurine |
Aminozuur dat niet door
de kat zelf wordt aangemaakt. Komt voor in dierlijk weefsel (vlees).
Nodig voor een goed zichtvermogen en gezonde hartfunctie. |
| thiaminase |
Enzym dat vitamine B1
afbreekt. Is bijvoorbeeld aanwezig in een aantal vissoorten en
schaaldieren. Door de vis te koken, wordt de thiaminase vernietigd. |
| thiamine |
Vitamine B1. |
| tocopherol |
Een vorm van vitamine E.
Tocopherolen zijn van belang voor een normale celstructuur en voor het
aanmaken van rode bloedcellen. Ze helpen ook de weerstand een stoot te
geven. |
| vetten |
Belangrijkste energiebron
in de voeding van katten. Tevens van belang voor de
vitaminestofwisseling als dragers van de vitaminen A, D, K en E. |
| vitamine A |
Vitamine die noodzakelijk
is voor celvermeerdering (celgroei) en celregeneratie (celherstel).
Katten kunnen deze vitamine niet zelf aanmaken en zijn hierdoor
aangewezen op vitamine A uit dierlijke producten (zoals lever, eieren,
boter, levertraan en vette vis).
Een teveel aan vitamine A kan vitamine A vergiftiging veroorzaken
met als gevolg afwijkingen in het skelet en/of kreupelheden. Bij een
tekort aan vitamine A worden de groei en het zenuwstelsel ongunstig
beïnvloed, kan nachtblindheid ontstaan en aantasting van de slijmvliezen
van vele organen, met als gevolg een grotere gevoeligheid voor
infecties. |
| vitamine
B-complex |
Het gehele scala
B-vitaminen (thiamine, riboflavine, nicotinezuur, calciumpantothenaat,
pyridoxine, biotine, foliumzuur, cyanocobalamine). Katten hebben twee maal zoveel B-vitaminen nodig dan
honden. Na langdurige ziekte, vooral in het geval van een aandoening aan
de ingewanden, kan het toedienen van extra B-vitaminen nodig zijn.
Veel vitamines binnen het B-complex functioneren als
anti-oxidant. |
| vitamine B1 |
In water oplosbare
vitamine die bestaat uit thiamine en aneurine. Het komt voor in o.a.
gist en tarwekiemen, vlees, eieren en melk.
Een tekort aan vitamine B1 veroorzaakt verlies van eetlust,
spijsverteringsstoornissen, allerlei onbestemde klachten, langdurige
sloomheid met uiteindelijk het optreden van verlammingen. Soms is het
derde ooglid gedeeltelijk over het oog getrokken, vanaf een bepaald
stadium gaat de kat zelfs scheel kijken. |
| vitamine B2 |
Riboflavine. In water oplosbare
vitamine die uit zeker 9 verschillende stoffen bestaat, waaronder
riboflavine. Komt voor samen met vitamine B1 in bijvoorbeeld gist,
vlees, eieren en melk. Een tekort aan vitamine B2 veroorzaakt
huidklachten, groeistoornissen, storingen in het centrale zenuwstelsel
en bij de spijsvertering. |
| vitamine B3 |
Wordt ook wel
nicotinezuur of niacine genoemd en komt vooral voor in vlees, vis,
granen en champignons. Deze vitamine draagt bij aan de gezondheid van de
huid en de kwaliteit van de vacht van hond en kat.
Niacine wordt ook wel vitamine PP genoemd, wat afgeleid is van
pellagra-preventing. Pellagra is een huidziekte die de huid ruw maakt.
Vitamine B3 is oplosbaar in water. |
| vitamine B5 |
Pantotheenzuur. Maakt onderdeel uit van
het zeer belangrijke co-enzym A dat een sleutelrol speelt in de
productie van energie uit koolhydraten, vetten en eiwitten.
Het is een vitamine die in bijna alle voeding voorkomt, waardoor
gebrek aan vitamine B5 uitzonderlijk is. Dit gebrek manifesteert
zich door middel van vermoeidheid, depressies, maag- en darmklachten,
afname eetlust en spierkrampen. |
| vitamine B6 |
In water oplosbare
vitamine, wordt ook wel pyridoxine genoemd. Komt voor in gist,
tarwekiemen en vlees. Melk-producten en granen bevatten slechts een zeer
kleine hoeveelheid.. Bevordert de eetlust
en de spijsvertering. Bij gebrek aan vitamine B6 kunnen
groeivertragingen en huid- en gehoorklachten optreden. |
| vitamine
B9/B11 |
Wordt ook wel foliumzuur
genoemd. Speelt een rol in het voorkomen van bloedarmoede en
zenuwstoornissen.
Daarnaast dient het in grotere hoeveelheden in de voeding van oudere
dieren aangeboden te worden, of in geval van spijsverteringsproblemen
(diarree) of bij bloedarmoede.
Foliumzuur is nauw betrokken bij zowel alle processen die te maken
hebben met de stofwisseling van eiwitten, als bij het aanmaken van
moleculen die het genetisch materiaal (DNA) bevatten.
Komt voor in gist en lever, maar ook in groene groenten zoals spinazie,
waterkers en sla. |
| vitamine
B12 |
Cyanocobalamine. Vitamine
die een rol speelt bij de eiwitopbouw in het lichaam en de productie van
rode bloedlichaampjes. Bij een gebrek
aan vitamine B12 ontstaan stoornissen in groei en vruchtbaarheid en
treden er afwijkingen op in de samenstelling van het bloed.
Ouderdom, vegetarisme en spijsverteringsziekten kunnen een tekort aan
vitamine B12 veroorzaken, wat dan aangevuld dient te worden via de
voeding. Ook verschillende types kanker kunnen een tekort veroorzaken.
Vitamine B12 bevindt zich uitsluitend in dierlijke producten (lever,
niertjes, vis, vlees). In planten en groenten treft men het niet aan. |
| vitamine C |
In water oplosbare
vitamine die ook wel ascorbinezuur wordt genoemd. Vitamine die door de
kat in het eigen lichaam wordt geproduceerd. Vitamine C is een
natuurlijke pijnstiller en ontgifter. Het draagt in belangrijke mate bij
aan het immuunsysteem en speelt een grote rol in de opbouw van
collageen, het bindweefsel dat letterlijk het lichaam bijeenhoudt.
Verder houdt het de urine zuur, hetgeen blaasgruisvorming voorkomt. |
| vitamine D |
In vet oplosbare vitamine
die wordt aangemaakt door de nier. Komt voor in dierlijke
producten zoals vlees, boter, room, eierdooiers en levertraan. Vitamine
D is onontbeerlijk voor de opbouw van botten en voor het gezond houden
van het skelet. Een tekort aan vitamine D kan rachitis (Engelse
ziekte) veroorzaken. Dit is echter bij katten en honden een zelden
voorkomende ziekte. Dieren met een gezonde nierwerking die regelmatig
buiten in het zonlicht komen (ultraviolette stralen), zullen niet snel
een vitamine D-tekort vertonen.
Een teveel aan vitamine D kan leiden tot vergiftiging die gepaard
gaat met o.a. misselijkheid en braken. |
| vitamine E |
In vet oplosbare
vitamine. Vitamine E versterkt het afweersysteem, verhoogt de weerstand
tegen infecties, wordt gebruikt bij huidproblemen, vertraagt het
verouderingsproces en
verlaagt het risico op kanker. Verder zorgt het voor vruchtbaarheid en
een normaal verloop van de dracht. Wordt gebruikt als anti-oxidant in
kattenvoeders. Komt voor in tarwekiemen, boter, lever, vette vis en
visolie. Gebrek aan vitamine E kan leiden tot spierdegeneratie,
onder andere van de hartspier. Ook een gebrek aan levenskracht en het
wegkwijnen van kittens wordt wel eens geweten aan vitamine E-gebrek bij
de moederpoes. |
| vitamine K |
In vet oplosbare vitamine
die verantwoordelijk is voor een normale bloedstolling. Normaal
gesproken wordt deze vitamine in voldoende mate aangemaakt door
bacteriën in de dikke darm. Echter bij diarree en verstoring van de
darmflora door bijvoorbeeld antibiotica, kan een gebrek aan deze
vitamine optreden. Vitamine K komt voor onder andere in spinazie. |
| ijzer |
Een mineraal. Van belang
voor de aanmaak van hemoglobine (rode 'kleurstof' in het bloed). |
| zuurgraad
urine |
|