| - aan deze pagina wordt voortdurend gebouwd - |
tip: |
|
A |
|
| abces | Gezwel. |
| abortus |
Letterlijk: ontijdige geboorte of miskraam. Abortus (arte) provocatus of opzettelijke vruchtafdrijving is de medische term voor het voortijdig afbreken van een zwangerschap door (medisch) ingrijpen. In het Nederlands wordt meestal de term abortus gebruikt voor deze handeling. |
| acetonemie | Slepende melkziekte. Aandoening bij runderen. |
| agglutinatie | Klontering van rode bloedlichaampjes. |
| agitatie | Zenuwachtige opwinding. |
| agonist | Geneesmiddel dat door zijn 'agonistische' werking de werking van een ander geneesmiddel bevordert. |
| allergie | Ongewenste reactie van het afweerapparaat op lichaamsvreemde stoffen. |
| amyloïdose | Algemene term voor een verzameling van ziekten die resulteren in een abnormale afzetting van amyloïde eiwitten door het hele lichaam. Het ontstaat door een ontsteking, waarbij bepaalde chemicaliën worden aangemaakt en in de bloedbaan komen. |
| analgetisch | Met betrekking op pijn. |
| anaphylactische shock | Een (soms levensbedreigende) allergische reactie op een (ent)stof. Behandeling met corticosteroïden wordt in een dergelijk geval geadviseerd. |
| anemie | Bloedarmoede. |
| anesthesie | Gehele proces van volledige narcose: dus van pre-medicatie tot narcose. |
| anorexia | Toestand waarin geweigerd wordt voedsel tot zich te nemen. Dit kan diverse oorzaken hebben (lichamelijk en geestelijk). |
| antagonist | Een antagonistische stof remt indirect de werking of een specifieke bijwerking van een geneesmiddel. |
| anthelmintica | Ontwormingsmiddelen. |
| anti-inflammatoir | Ontstekingsremmend. |
| antibiogram | Test waarin bepaald wordt hoe sterk een antibioticum de groei remt van de bacterie. |
| antigeen | Een antigeen (ook wel antigen) is een (macro)molecuul dat in staat is een reactie van het afweersysteem op te wekken waarbij antistoffen worden aangemaakt. Virussen of bacteriën kunnen op deze manier herkend worden als lichaamsvreemd, en de afweerreactie komt op gang, waardoor hopelijk genezing bereikt zal worden (bron: Wikipedia) |
| aplastische anemie | Aplastische anemie is een vorm van anemie (bloedarmoede) die gekenmerkt wordt door een tekort aan alle soorten bloedcellen, zowel aan witte en rode bloedcellen als aan bloedplaatjes. |
| argyosis | Zilververgiftiging. |
| arthritis | Gewrichtsontsteking. |
| aseptisch | Vrij van ziektekiemen. |
| astma | Chronische ontsteking van de luchtwegen. Door de ontsteking vernauwen de luchtwegen, waardoor ze prikkelbaarder worden. |
| atopie | Overgevoelige reactie op stoffen in de omgeving of in de lucht. |
| autosomaal | Ziektes waarvan de oorzakelijke genen op een autosoom gelegen zijn, vertonen geen geslachts-afhankelijk verdelingspatroon. Met andere woorden, het komt voor bij zowel poezen als katers. |
| AV block | Vertraging of blokkade van de hartprikkel-geleiding via de AV-knoop (= atrio-ventriculaire knoop) gelegen tussen de boezems en de kamers van het hart. |
| axon | Een axon (van het Griekse woord voor as) is een uitloper van een neuron die elektrische impulsen geleidt. Het zijn de primaire elementen van informatieoverdracht in het zenuwstelsel. |
|
B |
|
| bacteriostatisch | De bacterie groei remmend. |
| BAER test | Brain Stem Auditory Evoked Response. Test om bij (witte) katten te achterhalen of zij volledig horend zijn. |
| biochemisch | Met betrekking tot de chemische omzetting van stoffen in levende wezens. |
| biopsie | Medische handeling waarbij een stukje weefsel uit het lichaam verwijderd wordt om onderzocht te worden op eventuele afwijkingen. Een biopsie stelt de onderzoeker vooral in staat om kwaadaardige weefsels te onderscheiden van goedaardige tumoren in soorten van celsamenstelling, structuur, grootte etc. |
| blaasgruis | Blaasgruis bestaat uit kleine kristallen (struviet) die in de blaas worden gevormd uit ammonium, fosfaat en magnesium. |
| blepharitis | Ontsteking van een ooglid. |
| bradycardie | Abnormaal langzaam of onregelmatig hartritme. |
| bronchopneumonie | Longontsteking. |
| bronchoscopie | Endoscopie van de longen. |
|
C |
|
| calici virus | Eén van de virussen die niesziekte kunnen veroorzaken. |
| carcinogeen | Kankerverwekkend. |
| cardiologisch | Betreffende het hart. |
| cardiovasculair | Betreffende hart en bloedvaten. |
| cerebellaire ataxie | Aandoening omschreven als 'trilkitten'. |
| cerebellaire hypoplasie | Aandoening omschreven als 'trilkitten'. |
| chlamydiae | Bacterie die niesziekte kan veroorzaken. |
| colitis | Ontsteking van de dikke darm. Colitis wordt meestal veroorzaakt door een verschuiving van het bacterie-evenwicht in de dikke darm ten gevolge van gebruik van antibiotica. Colitis wordt gekenmerkt door lichte tot hevige diarree met bloedverlies gepaard gaand met koorts en buikpijn. |
| colonscopie | Endoscopie van de darmen. |
| complicatie | Bijverschijnsel dat een aandoening of ziekte erger maakt |
| congenitaal | Aangeboren, erfelijk. |
| conjunctiva | Bindvlies: een slijmvlies dat het oogwit en de binnenste zijde van de oogleden bedekt. |
| conjunctivaalzak | Stukje rood slijmvlies dat tussen de wimpers van het onderooglid en het oog zit. |
| conjunctivitis | Bindvliesontsteking. |
| contactdermatitis | Ontstekingsreactie van de huid veroorzaakt door irriterende stoffen of allergenen. |
| convulsie | Aanval. |
| cornea | Hoornvlies (oog). |
| cornea-epitheel | Buitenste laag van het hoornvlies (oog). |
| corneale sekwester | Aandoening aan het oog. Het eerste symptoom is een diffuse afzetting van bruin pigment in het hoornvlies. Later vormt zich dan een, meestal blinkende, zwartbruine plek. In de loop van de volgende weken kan er een witte schijn rond de plek komen (oedeem), ook bloedvaten kunnen verschijnen. |
| corticosteroïden |
Hormonen die van nature door de bijnierschors worden aangemaakt. In de geneeskunde worden synthetische corticosteroïden als geneesmiddel gebruikt bij het onderdrukken van allerlei verschillende ontstekingen en allergieën in het lichaam. |
| cryptorchidie | Het verborgen zijn van één (=monocryptorchidie) of beide teelballen. |
| cutaan | Op de huid. |
| Cysteuze Endometrium Hyperplasie (CEH) | Door progesteron wat na elke ovulatie (eisprong) geproduceerd wordt door de ovaria kan het slijmvlies in de baarmoeder gaan verdikken en cysteus worden. Dit kan uiteindelijk in een baarmoederontsteking uitmonden. |
| cystitis | Blaasontsteking. |
| cystoscopie | Endoscopie van de blaas via de plasbuis. |
|
D |
|
| darminvaginatie | Wanneer een stuk van de darm in het daaropvolgende deel van de darm schuift. |
| dentaal | Met betrekking op het gebit. |
| depressie | Neerslachtigheid. |
| dermatitis | Huidaandoening (eczeem). |
| dominant verervend | Eén allel is voldoende om de eigenschap zichtbaar te laten worden. |
| dopamine | Chemische stof uit het bijniermerg dat de output van het hart, de nierdoorbloeding en de urineproductie in de nieren bevordert, en de borstklierontwikkeling en melkproductie remt. |
| dwangvoederen | Het tegen de wens van de individu inbrengen van voedsel. Dit kan zijn omdat een dier om medische redenen dringend voedsel nodig heeft. Maar ook om commerciële redenen zoals bij ganzen, die door overmatige voeding vette levers ontwikkelen die als delicatesse worden verwerkt in bijvoorbeeld patés. |
|
E |
|
| ecthyma | Bekschurft. |
| ectropion | Aandoening waarbij het onderste ooglid naar beneden hangt. |
| emetisch effect | Misselijkheid; braken. |
| endocarditis | Ontsteking van het hartvlies. |
| endometritis | Ontsteking van de binnenwand van de baarmoeder. |
| endoscopie | Bij endoscopie wordt via een cameraatje in gekeken in bv de slokdarm, maag, 12-vingerige darm, dikke darm, de neus, de longen en de luchtwegen, de slokdarm en de maag. Tijdens de endoscopie worden kleine hapjes genomen van het slijmvlies (biopten) voor nader onderzoek. |
| enteritis | Ontsteking van de ingewanden. |
| entropion | Aandoening aan het oog waarbij een deel van of heel de ooglidrand naar binnen krult. |
| euphorie | (Euforie). Gevoel van zeer groot welbehagen. |
| euthanasie | Laten 'inslapen' ofwel het beëindigen van het leven van dier of mens, met als doel een einde te maken aan uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. |
| exostose | Een benige uitwas van het bot, bedekt met een kraakbeenkap. |
|
F |
|
| Fading Kitten Syndrome | Algemene term voor het overlijden van kitten, spontaan en vrij kort na de bevalling zonder direct aanwijsbare reden. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van fokken met dieren met conflicterende bloedgroepen. |
| Feline Aerosol Chamber | Puffertje voor de kat. |
| feline fibrosarcoma | Kwaadaardige tumor van het bindweefsel. Wordt ook wel geassocieerd met vaccinaties. |
| FIV | Feline Immuundeficiëntie Virus. Kattenaids. |
| fytotherapeuticum | Geneesmiddel enkel gewonnen uit planten. |
|
G |
|
| gastro-intestinaal | Met betrekking tot de maag en de darm. |
| gastroscopie | Endoscopie van de maag. |
| gen | Een gen draagt de informatie voor een specifieke erfelijke eigenschap in een cel en bestaat uit 2 allelen. |
| glaucoom | Oogdrukverhoging. |
| glucocorticosteroïden | Hormonen die van nature door de bijnierschors worden aangemaakt en een belangrijke rol spelen bij de reactie op stress en de koolhydraat- eiwit- en vetstofwisseling. |
|
H |
|
| haematoom | Bloeduitstorting. |
| haemolyse | Ontbinding van de rode bloedlichaampjes. |
| hematologisch | Met betrekking tot de leer van het bloed. |
| hernia | De uitstulping van een orgaan of weefsel uit de lichaamsholte waar het normaliter in ligt. |
| hernia diafragmatica | Een hernia waarbij een sprake is van een opening ('breuk') in het middenrif. |
| hypoadrenocorticisme | (Ziekte van Addison). Onvoldoende werking van de bijnierschors, waardoor onder andere moeheid, diarree, braken, krachteloosheid, vermagering en bloedarmoede ontstaan |
| hypofyse | Klier aan de onderzijde van de hersenen, die o.a. groeihormoon produceert en de schildklier aanstuurt. |
|
I |
|
| idiopatisch | Zonder bekende oorzaak. |
| ileus | Darmafsluiting. Bijvoorbeeld door een vreemd voorwerp, een tumor of een verandering in ligging van de darm (als gevolg van een invaginatie). |
| immuunsysteem | Verdedigingssysteem van het lichaam met als doel indringers of veranderde eigen cellen te bestrijden. |
| in vitro | Kunstmatig kweken van levende weefsels buiten het lichaam. |
| inflammatoir | Betrekking hebbende op een ontsteking. |
| inflammatory bowel disease (IBD) | Chronisch ontstoken cellen in maag en/of darmen. |
| intestinaal | Betreffende de ingewanden. |
| intramusculair (i.m.) | Manier van injecteren: de vloeistof wordt in een spier ingebracht. |
| intraperitoneaal | In de vrije buikholte. |
| intranasaal | In de neus inbrengen (neusdruppelen). |
| intraveneus (i.v.) | Manier van injecteren: de vloeistof wordt in de ader ingebracht. |
|
J |
|
|
K |
|
| katabolisme | Stofwisseling in het lichaam waarbij stoffen worden afgebroken tot kleinere deeltjes, waardoor er energie vrijkomt. |
| keratitis | Oogbindvliesontsteking. |
|
L |
|
| lactatie | Melkgift. |
| laryngitis | Strottenhoofd ontsteking. |
| laryngoscopie | Endoscopie van de mond en keel voor onderzoek van de strottehoofd (larynx) en de stembanden. |
| Limping Syndrome | Stijfheid / verlamming als gevolg van besmetting met het Feline Calicivirus. |
| lipidosis | Leververvetting. |
| lipolysis | Afbraak van vetten. |
| luxatie | Een luxatie, respectievelijk een subluxatie is een toestand waarbij het normale contact tussen twee gewrichtsuiteinden geheel, respectievelijk gedeeltelijk verloren is gegaan. |
| lymfocyt | Witte bloedcel in het bloed en de lymfklieren, die antilichamen produceert en cellen immuun maakt. |
| lymfocytose | Verhoogd aantal lymfocyten in het bloed. |
| lymfopenie | Verlaagd aantal lymfocyten in het bloed. |
|
M |
|
| maagtorsie | Kanteling van de maag om de as. |
| mastitis | Uierontsteking. |
| menginfectie | Infectie door meerdere ziektekiemen. |
| mineralocorticosteroïden | Hormonen die van nature door de bijnierschors worden aangemaakt en die vooral invloed hebben op de water- en zouthuishouding, |
| mutageen | Verandert het erfelijk materiaal in het lichaam. |
| mydriasis | Verwijding van de pupil van het oog. |
| mydriaticum | Middel om de pupil wijder te maken. |
| myopathie | Algemene naam voor ziekten van de spieren. |
|
N |
|
| narcose | Volledige verdoving waarbij de patiënt buiten bewustzijn is. |
| nefrotoxiciteit | Vergiftiging van de nieren. |
| neonaat | Pasgeborene. |
| nodulair | Knobbelachtig. |
| neurotransmitter | Een neurotransmitter is een molecuul dat wordt gebruikt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen ('neuronen') in het zenuwstelsel. |
| neutrofilie | Kleurbaar met neutrale kleurstoffen |
| neutropenie | Tekort aan witte bloedlichaampjes. |
|
O |
|
| oedeem | (Waterzucht). Stoornis in de afvoer van lichaamsvocht, dat zich daardoor tussen de cellen ophoopt en zwelling veroorzaakt. |
| oesofagus | Slokdarm. |
| oestrus | Periodieke staat van seksuele opwinding bij het vrouwtjesdier van de meeste zoogdiersoort (mensen uitgezonderd), die onmiddellijk voorafgaat aan de eisprong en waarin het vrouwtjesdier het meest ontvankelijk is voor paring. |
| oraal | Via de mond / bek. |
| osteomyelitis | Ontsteking van het beenmerg, die zich uitbreidt in de botten. |
| osteopathie | Alternatieve geneeswijze, die gebruik maakt van manuele handelingen. |
| osteoporose | Botontkalking. |
| othaematoom | Bloeduitstorting (= haematoom) in de oorschelp. |
| otitis externa | Ontsteking van de uitwendige gehoorgang. |
| otitis media | Middenooronsteking. |
| otodectes cynotis | Oormijt. |
| otoscopie | Endoscopie van het oor. |
| ototoxiteit | Beschadiging van het gehoor door een chemische stof. |
| ovario-hysterectomie | Een operatie waarbij naast de eierstokken ook de baarmoeder wordt verwijderd. |
| oxytocine | Hormoon dat voorkomt in alle zoogdieren. Het is bekend om zijn functie bij het opwekken van de bevalling en de melkgift. |
|
P |
|
| pancreas | Alvleesklier. Zorgt voor de productie en afscheiding van spijsverteringsenzymen, insuline, glucagon en somatostatine. |
| pancreatitis | Alvleesklierontsteking. |
| parenterale toediening | Toediening anders dan oraal, bijv. subcutaan, intramusculair of intraveneus. |
| pathogenese | Het meestal stapsgewijze ontstaan of ontwikkelen van een aandoening. |
| periodontitis | Ontsteking van de weefsels die de tanden op hun plaats houden. |
| periost | Beenvlies. |
| peritonitis | Buikvliesontsteking. |
| perivasculair | Rondom de vaten. |
| persisterend | Aanhoudend. |
| plasma | Het bloed zonder de bloedcellen. |
| pleura | Longslijmvliezen |
| pneumonie | Pleuritis. Een pneumonie staat voor ontsteking van het werkzame longparenchym (parenchym is het werkzame weefsel). |
| polydipsie | Verhoogde behoefte aan water. |
| polyphagie | Vraatzucht. |
| polyurie | Vermeerderde urinelozing. |
| post oestrum | Na de eisprong. |
| post partum | Na de bevalling. |
| pre-medicatie | 'Roesje' alvorens de narcose of het euthanasiemiddel wordt toegediend. |
| probiotica |
Lichaamseigen bacteriën die helpen de darmflora gezond te houden of te maken.
Wanneer een darmflora gezond is is de weerstand van de darmen hoger en zijn deze
minder gevoelig voor ziekmakende bacteriën. Probiotica verdringen ziekmakende bacteriën, neutraliseren giftige stoffen, en verbeteren de spijsvertering. Daarnaast stimuleren zij de weerstand. |
| profylaxe | Preventief middel. |
| progesteron | Een vrouwelijk geslachtshormoon dat door het corpus luteum (gele lichaam in de eierstok) in de tweede fase (luteale fase) van de menstruatiecyclus en in grotere hoeveelheden tijdens de zwangerschap door de placenta wordt geproduceerd. |
| prolactine | Hormoon om eicellen tot ontwikkeling te laten komen, borstklierweefsel te ontwikkelen en de melkproductie na de geboorte op gang te brengen. |
| prostaglandine | Hormoon dat werkt op lokaal niveau in het reguleren van ontsteking, verwijding en vernauwing van bloedvaten (vasodilatatie en vasoconstrictie), pijn en koorts. Voorts beschermen ze de maagwand tegen de zure maaginhoud. |
| pseudomonas aeruginosa | Een aerobe gramnegatieve bacterie die berucht is bij de wondinfectie van brandwonden. Ook is het beschreven als een mycoparasiet (parasiet op schimmels). Deze bacterie is berucht in ziekenhuizen. |
| puffertje | Feline Aerosol Chamber. Hulpmiddel om verlichtende medicijnen in te laten ademen bij katten met astma of bronchitis. |
| purulent | Waarbij etter/pus wordt gevormd. |
| pyelonephritis | Ontsteking van nier en nierbekken. |
| pyodermie | Etterige bacteriële infectie van de huid. |
| pyometra | Baarmoederontsteking. |
|
Q |
|
|
R |
|
| radiologie | Radiologie is het medisch specialisme dat zich bezig houdt met het opzoeken van de aard en de plaats van een ziekte, letsel of aandoening door middel van stralen of golven. De meest gebruikte stralen zijn de röntgenstralen of X-stralen (röntgenfoto's, CT-scan), maar tegenwoordig wordt ook meer en meer gebruik gemaakt van geluidsgolven (echografie) en magnetische velden (NMR,MR of MRI (-scan)) |
| recessief verervend | Twee allelen zijn nodig om de betreffende eigenschap zichtbaar te maken. |
| rectoscopie | Endoscopie van de darmen. |
| regeneratie | Herstel. |
| respiratoir | Betreffende de luchtwegen. |
| reticuloperitonitis traumatica | Traumatische gastritis. |
| reversibel | Omkeerbaar (herstellend naar de voorafgaande toestand). |
| rhinitis | Ontsteking van het neusslijmvlies. |
| rhinoscopie | Endoscopie van neusgaten en voorhoofdsholte. |
| rhinotracheïtis virus | Een herpesvirus dat niesziekte kan veroorzaken. |
|
S |
|
| septicaemie | Bloedvergiftiging. |
| schrompelnier | Nierprobleem. Door bindweefselvorming trekt de nier samen. |
| secretie | Afscheiding door een cel of orgaan van stoffen die een functie hebben in het buitenmilieu. |
| sedatie | Minimale verdoving, bijvoorbeeld bij scheren, foto's nemen, of bij dieren niet om welke reden dan ook niet makkelijk te hanteren zijn. |
| sensibilisatie | Vorming van antistoffen tegen een lichaamsvreemde stof, zoals een bacterie, na een eerste contact hiermee. |
| serotonine |
Stof die voor diverse functies in het lichaam verantwoordelijk is zoals
spierspanning, eetlust, slaap, geheugen, stemming. Serotonine zorgt ook voor de overdracht van signalen tussen de hersencellen, het behoort dan ook tot de zogenaamde neurotransmitters. |
| slickerborstel | Borstel om loszittende haren te verwijderen, met name bij (half)langharige rassen. |
| spenen | De overgang van de vloeibare (moeder)melk naar vaste voeding. |
| spieratrofie | Het dunner en kleiner worden van spieren. |
| sonde | Een ca. 50 cm. lang en 1,5 of 2,1 mm. dun doorzichtig slangetje waarmee moedermelk-vervangende preparaten direct in het maagje van het kitten gebracht kunnen worden. |
| steroïde | Een organische verbinding waartoe o.a. vitamine D, galzuur en geslachtshormonen behoren. |
| stomatitis | Tandvleesontsteking. |
| struviet | Blaasgruis. |
| subcutaan (s.c.) | Manier van injecteren: de vloeistof wordt in het onderhuidse vetweefsel gebracht. Er wordt gebruik gemaakt van een korte naald die geplaatst wordt in een plooi in de huid die met de vingers wordt gemaakt. |
| suspensie | Vloeistof waarin een andere stof in zeer kleine deeltjes verdeeld zweeft. |
| symptoom | Ziekteverschijnsel dat enige betekenis heeft voor de herkenning van een ziekte. |
| Syndroom van Waardenburg | Aangeboren afwijking die wordt gekenmerkt door gehoorsverlies en veranderingen in huid- en haarpigment (denk hierbij bv aan witte katten waarbij dit syndroom nogal eens voor komt). |
| synovia | Gewrichtsvloeistof. |
|
T |
|
| tachycardie | Hartritmestoornis. |
| teratogeen |
Vermogen tot beschadiging of misvorming (teros = monster) van de ongeboren
vrucht (= embryo = foetus) tijdens de zwangerschap. Teratogene bijwerkingen van medicijnen kunnen tijdens de zwangerschap leiden tot: - abortus (= miskraam) - misvormingen van de vrucht - voortijdige en/of moeilijke bevalling - lichamelijke en geestelijke ontwikkelingsstoornissen na de geboorte. |
| theophylline | Een geneesmiddel bij bepaalde longziekten. |
| tonsillitis | Amandelontsteking. |
| tracheoscopie | Endoscopie van mond, keel en luchtpijp. |
| transponder | Identificatiechip voor huisdieren. |
| trombocytose | Verhoogd aantal bloedplaatjes. |
|
U |
|
| ulcer | Gezwel. |
| urethra | Plasbuis. |
| urogenitaal | Met betrekking tot de urinewegen en de geslachtsorganen. |
| urticaria | Medische naam voor netelroos of galbulten. Een zich in korte tijd ontwikkelende, vaak heftig jeukende uitslag van de huid, die begint met rode vlekjes en daarna in verdikte bleke plekken kan overgaan. De huidafwijkingen kunnen al of niet samenvloeien tot grotere vlakke plakkaten. |
| uterus | Baarmoeder. |
| uveitis | Irisontsteking. |
|
V |
|
| vaccinatiesarcoom | Een kwaadaardig gezwel, ontstaan op de plek van en door vaccinatie. |
| vaginitis | Ontsteking van de vagina. |
| vroegcastratie | Castratie op een leeftijd tussen de 8 en 16 weken. |
|
W |
|
|
X |
|
|
Y |
|
|
Z |
|
|
©
Cattery
van de Moeshoek,
2008 Laatste update: 14 juni 2008 |